Menu

Langer thuis wonen

We worden steeds ouder. En die hogere leeftijden bereiken we vaker in goede gezondheid. In tegenstelling tot eerdere generaties, hebben de huidige 65-plussers meer ruimte voor hobby’s, vrijwilligerswerk en andere activiteiten. De derde levensfase, zo omschrijft onder andere de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) de periode tussen het 60ste en het 80ste levensjaar. In deze fase staat de controle hebben over het eigen leven centraal. Langer thuis blijven wonen is voor veel ouderen daarom niet alleen een wens, het is ook een vanzelfsprekendheid.

Langer zelfstandig wonen

Het overgrote gedeelte (94%) van de 65-plussers woont thuis. Onder de 85-plussers ligt dat aantal iets lager: ruim 70% woont nog zelfstandig in de eigen woning. Met uitzondering van eventuele hulp van de wijkverpleging, zijn deze mensen niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Uit onderzoek* van Koninklijke Otolift blijkt dat de hoeveelheid zorg die iemand nodig heeft niet altijd invloed heeft op de wens om langer zelfstandig thuis te wonen. Vooral de controle over de eigen zelfstandigheid (35%), de prettige buurt (24%) en fijne herinneringen aan de woning (22%) worden genoemd als redenen om thuis te blijven wonen.

Overheid laat ouderen zelfstandig wonen

Ook het overheidsbeleid speelt een belangrijke rol. Al sinds 2013 zet de overheid in op het stimuleren van langer thuis wonen. Het Programma Langer Thuis van het VWS (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) uit 2018 is hier een voorbeeld van. Belangrijke veranderingen zijn het sluiten van verzorgingshuizen, het verhogen van de toegangseisen voor verpleeghuizen en het verplaatsen van de zorg van instellingen naar thuis. Maar waarom wil de overheid dat ouderen langer thuis blijven wonen? Thuiswonende ouderen kosten de overheid namelijk minder geld dan ouderen die in een verpleeghuis wonen, zo concludeert de Nederlandse Zorgautoriteit in de ‘Monitor Zorg voor Ouderen 2018’. Door langer thuis wonen door ouderen aan te moedigen, houdt de overheid de zorg ook in 2040, als 25% van de bevolking 65 jaar en ouder is, betaalbaar.

Zorg voor ouderen thuis

Het Programma Langer Thuis van de overheid richt zich met drie verschillende maatregelen op langer zelfstandig thuis wonen en behoud van goede kwaliteit van leven. Voor betere ondersteuning en zorg thuis, hulp aan mantelzorgers en vrijwilligers en het (ver)bouwen van woningen voor ouderen trekt de overheid 340 miljoen euro uit. Dat geld wordt onder andere besteed aan e-health (technologische innovaties in de zorg), het aanbieden van vervangende zorg voor (overbelaste) mantelzorgers en het bouwen van geschikte woningen. Het belangrijkste punt is de verschuiving van zorg voor een grote groep, naar zorg dat afgestemd is op de persoon. Dat betekent dat er nu meer persoonlijke aandacht is voor de zorgvrager en zijn (chronische) aandoeningen.

Ouderen thuis helpen

Het nieuwe overheidsbeleid is dus gericht op het oplossen van problemen van langer thuis wonen bij ouderen. Er zijn gemakkelijk enkele voordelen van langer thuis wonen te benoemen. Het behouden van de eigen zelfstandigheid en in de fijne woning en vertrouwde omgeving te kunnen blijven wonen. Als de woning (nog) niet geschikt is, of als belangrijke voorzieningen (zoals een supermarkt en de huisarts) ver weg liggen, kan thuis wonen echter nadelig zijn. Daarom stimuleert de overheid mogelijkheden om de voordelen te versterken en de nadelen te verminderen. Bijvoorbeeld door zorgnetwerken op te richten, waarbij de huisartsen, fysiotherapeuten en andere zorgprofessionals samenwerken als een team. En het organiseren van zorg op afstand, via de computer of videobellen.

Langer thuis in een andere woning

De Commissie Toekomst Zorg voor Ouderen deed onderzoek naar ouderen die langer thuis wonen. Zij ontdekte dat de slogan ‘langer thuis wonen’ van het overheidsprogramma vaak begrepen wordt als ‘langer in hetzelfde huis blijven wonen’. Het algemene advies voor 65-plussers is dan ook om op tijd te verhuizen naar een geschikte (senioren)woning, zoals een gelijkvloerse woning of een appartement dat met een lift bereikbaar is. Maar, dan moeten die woningen er wel zijn. Ouderenbond ANBO geeft aan dat er nu al 80.000 woningen nodig zijn, en dat dit tekort alleen maar groter wordt. Ouderen die, vanwege hun gezondheid, eigenlijk niet veilig thuis kunnen wonen, maar die niet toegelaten worden tot een verpleeghuis, wonen noodgedwongen thuis.

De Commissie Toekomst Zorg voor Ouderen roept daarom op tot het bouwen van alternatieve woonvormen voor ouderen. Woonzorgcomplexen, (moderne) hofjes en harmonicawoningen moeten het tekort aan geschikte woningen oplossen en het makkelijk maken om zorg in de wijk te organiseren.

Thuis blijven wonen met aanpassingen

Wie niet wil verhuizen, of het nog niet weet, doet er goed aan om op tijd na te denken over de toekomst. Maar hoe kunnen ouderen langer thuis wonen? Volgens het Centraal Planbureau (CPB) zorgt een toegankelijke woning ervoor dat senioren minder kans hebben om in een verpleeghuis terecht te komen. Een woning is geschikt om oud in te worden als de keuken, de badkamer (en het toilet), de woonkamer en minstens één slaapkamer zich op dezelfde woonlaag bevinden. Het grootste gedeelte van de 65-plussers woont nu in een woning die nog niet geschikt is, maar die wel geschikt gemaakt kan worden. Als de ruimtes gescheiden worden door een trap, is een traplift de oplossing om de woning toch toegankelijk te maken. Ruim 8 op de 10 55-plussers overweegt als eerste de aanschaf van een traplift. Daarnaast is 60% bereid om drempels te vervangen en beugels en steunen te plaatsen. En 40% denkt na over het plaatsen van een inloopdouche of het kopen van een douchekrukje.

Langer zelfstandig thuis blijven wonen door de juiste huisaanpassingen.
Langer zelfstandig thuis blijven wonen door de juiste huisaanpassingen.

Subsidies voor langer thuis wonen

Afhankelijk van hoeveel aanpassingen nodig zijn en hoe ingrijpend deze zijn, kunnen de kosten voor het geschikt maken van de woning aardig oplopen. Wie alleen een traplift hoeft te kopen, maakt natuurlijk minder kosten dan iemand die zijn hele huis moet aanpassen. Om veilig thuis wonen voor ouderen mogelijk te maken, bestaan er verschillende subsidiemogelijkheden.

Wmo

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt ondersteuning voor mensen met een beperking. Gemeenten zijn door deze wet verantwoordelijk om mensen te ondersteunen in het langer thuis wonen. Woningaanpassingen, zoals een traplift en aanpassingen in de badkamer, vallen onder deze wet. Ook zorg voor ouderen thuis, zoals de thuiszorg, worden geregeld via deze wet.  De gemeente bepaalt of de zorg of aanpassing wordt toegekend.

Blijverslening

De Blijverslening is een speciale lening voor ouderen die in hun eigen woning willen blijven. Eigenlijk sluit je hierbij een (extra) hypotheek of een persoonlijke lening af voor het toegankelijk maken van de woning. Het voordeel van de blijverslening is dat de rente een stuk lager ligt dan wanneer je de lening ergens anders afsluit.

Verzilverlening

Ouderen met een koophuis kunnen de overwaarde van hun woning verzilveren. Als de waarde van de woning hoger is dan de hypotheek, kan het verschil gebruikt worden om de woning geschikt te maken. Deze lening wordt onderdeel van de restschuld van de woning en wordt dus pas betaald als het huis verkocht wordt.

Senioren willen thuis ouder worden

Ouderen willen langer thuis wonen. Lichamelijke klachten, door bijvoorbeeld (chronische) ziekten of ouderdom, hebben niet altijd invloed op die wens. Vooral het behoud van de eigen zelfstandigheid, de prettige woonomgeving en de herinneringen aan de huidige woning maken dat ouderen liever thuis blijven wonen. Maar, ouder worden kan ook betekenen dat de woning niet meer geschikt is. Een trap, verhoogde douche en drempels kunnen bijvoorbeeld voor onveilige situaties zorgen als lopen niet meer zo makkelijk gaat. 65-plussers doen er daarom goed aan om op tijd na te denken over de toekomst. Door de woning geleidelijk aan te passen aan de veranderende behoeften, voorkomen zij dat er in één keer heel veel aangepast moet worden en kunnen zij zo lang mogelijk veilig thuis blijven wonen in hun vertrouwde omgeving.

Meer over langer thuis wonen

Langer thuis wonen

Het overgrote gedeelte (94%) van de 65-plussers woont thuis. Onder de 85-plussers ligt dat aantal iets lager: ruim 70% woont nog zelfstandig in de eigen woning.

Of ga terug naar het thema: Langer thuis